Differentiëren met het EDI-model: zo doe je het in de les
Differentiëren klinkt vaak als extra werk: drie keer voorbereiden, drie keer uitleggen, drie keer nakijken. Met het EDI-model hoeft dat niet zo te zijn. Door je instructie slim af te stemmen op drie subgroepen geef je elke leerling wat die nodig heeft, zonder dat je je les helemaal opnieuw hoeft te bouwen. In dit artikel lopen we de fasen van een EDI-les langs en laten we per fase zien hoe je met de groepen ondersteuning, basis en verrijking afstemt.
Eerst even: de drie subgroepen
EduZicht deelt je klas in op basis van cijfers, verzuim, werkhouding en methodeonafhankelijke toetsen. Daaruit ontstaan drie subgroepen:
- Ondersteuning (ongeveer 10 procent): leerlingen die baat hebben bij extra uitleg of een verlengde instructie.
- Basisgroep (ongeveer 80 procent): de grote middengroep die meekomt met de reguliere instructie.
- Verrijking (ongeveer 10 procent): leerlingen die de stof sneller oppakken en toe zijn aan meer uitdaging.
Deze indeling is een vertrekpunt, geen keurslijf. Jij houdt het overzicht en kunt een leerling tijdens de les gerust met een andere subgroep laten meedoen als dat op dat moment beter past.
Het EDI-model in het kort
EDI staat voor Expliciete Directe Instructie en is een van de meest effectieve instructiemodellen voor leerresultaten. Een EDI-les kent een vaste opbouw: voorbereiding en verwelkomen, het activeren van voorkennis, het benoemen van het lesdoel, de instructie, de begeleide inoefening, het zelfstandig werken en tot slot de reflectie. Niet in elke fase is differentiatie even relevant. De grootste winst zit in de instructie, de begeleide inoefening en het zelfstandig werken. Die fasen lichten we hieronder uit.
Tijdens de instructie: vragen op maat
De instructie is bij uitstek het moment om met de verschillen tussen je subgroepen te spelen, zonder dat je de les opknipt. Je legt klassikaal uit, maar je stuurt bij in de vragen die je stelt.
- Stel makkelijkere vragen aan leerlingen uit de ondersteuningsgroep, zodat zij succeservaringen opbouwen en bij de les blijven.
- Daag de verrijkingsgroep uit met moeilijkere vragen die verder gaan dan de basisstof.
- Bied de instructie aan de verrijkingsgroep verkort aan. Wie de stof al snel doorheeft, hoeft niet de hele uitleg af te wachten en kan eerder aan de slag.
Zo geef je iedereen een passende denkstap, terwijl je gewoon één instructie verzorgt voor de hele klas.
Tijdens de begeleide inoefening: gericht ondersteunen
In de fase van de begeleide inoefening oefenen leerlingen onder jouw begeleiding. Dit is het natuurlijke moment om met een subgroep apart te gaan zitten.
- Geef de ondersteuningsgroep een verlengde instructie: een extra ronde uitleg, samen een voorbeeld doorlopen of stap voor stap voordoen.
- Laat de basisgroep oefenen met de reguliere opgaven en houd zicht op wie er vastloopt.
- Geef de verrijkingsgroep verrijkte instructie of opdrachten die een extra beroep doen op inzicht en toepassing.
Doordat de verrijkingsgroep eerder zelfstandig verder kan, maak je tijd vrij om bij de leerlingen te zitten die jouw aandacht nu het hardst nodig hebben.
Tijdens het zelfstandig werken: ruimte voor verdieping
Als leerlingen zelfstandig aan de slag gaan, blijf je differentiëren. De ene groep heeft nog een steuntje nodig, de andere kan een stap verder.
- Loop nog een keer langs de ondersteuningsgroep met verlengde instructie, of zet leerlingen bij elkaar zodat je ze in één keer verder kunt helpen.
- Geef de verrijkingsgroep verrijkte opdrachten waarmee ze zelfstandig dieper de stof in gaan.
- Houd in de gaten of een leerling beter past bij een andere subgroep en laat die op dat moment gewoon meedoen.
Haalbaar, omdat jij de regie houdt
Het mooie aan deze aanpak is dat je niet drie losse lessen hoeft te maken. Je houdt één heldere lesopbouw aan en differentieert binnen de fasen waar dat het meeste oplevert: andere vragen, een verkorte of verlengde instructie, verrijkte opdrachten. Dat is goed te doen binnen een gewone les.
Bovendien bepaal jij de koers. De docent is en blijft de expert en bepaalt zelf wanneer en in welke mate EDI passend is. Het model is een hulpmiddel, geen voorschrift. Jouw professionele oordeel over wat deze klas, deze les en deze leerling nodig hebben, staat altijd voorop.
Zo helpt EduZicht
EduZicht maakt de indeling in drie subgroepen voor je, op basis van cijfers, verzuim, werkhouding en methodeonafhankelijke toetsen, zodat je tijdens de les meteen weet wie waar baat bij heeft. Je houdt de tool open op je scherm en gaat uit van de indeling, maar je blijft volledig vrij om leerlingen met een andere subgroep te laten meedoen wanneer jij dat passend vindt. Zo ondersteunt EduZicht je bij het differentiëren, terwijl jij de regie houdt.