Onderzoek en onderbouwing
EduZicht is gebouwd op een heldere onderwijskundige basis. Op deze pagina leggen we uit welke vraagstukken er spelen rond differentiatie, welke keuzes wij maken en waarom, en op welk gedachtegoed onze aanpak rust. Wij baseren ons daarbij op de bevindingen van de Inspectie van het Onderwijs en op breed gedragen kennis over effectief lesgeven.
Wat de inspectie vraagt
De Inspectie van het Onderwijs benoemt differentiatie al sinds 2013 als een hardnekkige uitdaging in het voortgezet onderwijs. De cijfers maken dat concreet: ongeveer 70% van de leraren beheerst de complexe differentiatievaardigheden, tegenover ongeveer 90% voor de basale instructievaardigheden. Differentiëren blijkt dus aanzienlijk lastiger dan goed instructie geven.
In de Staat van het Onderwijs van zowel 2025 als 2026 roept de inspectie scholen op om meer werk te maken van differentiatie. Belangrijk om te benadrukken: de inspectie schrijft niet voor hoe scholen dit moeten doen, maar wel dat zij hier serieus mee aan de slag gaan. De wet vereist daarbij afstemming op de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen. Voor schoolleiders en besturen betekent dit dat differentiatie geen vrijblijvende ambitie is, maar een wettelijke en inhoudelijke opdracht waarop scholen aanspreekbaar zijn.
Convergente versus divergente differentiatie
Differentiatie is een breed begrip en de manier waarop een school het invult, maakt een groot verschil. Wij onderscheiden twee fundamenteel verschillende benaderingen.
Bij convergente differentiatie werken alle leerlingen toe naar dezelfde einddoelen. De groep blijft bij elkaar, maar de weg ernaartoe verschilt. Er wordt gedifferentieerd in instructie, begeleiding, verwerking, tempo en verrijking. Het kenmerkende effect is dat de verschillen tussen leerlingen kleiner worden: zwakkere leerlingen worden opgetrokken naar het gewenste niveau.
Bij divergente differentiatie krijgt iedere leerling een uniek aanbod. Dat klinkt aantrekkelijk, maar het effect is dat de verschillen tussen leerlingen juist groter worden. De groep valt uiteen en het wordt voor de docent steeds moeilijker om het overzicht te bewaren en alle leerlingen op niveau te houden.
EduZicht kiest bewust voor convergente differentiatie. Door dezelfde hoge einddoelen voor alle leerlingen vast te houden en de route te variëren, houden scholen de lat hoog en blijven leerlingen bij elkaar, terwijl elke leerling toch krijgt wat hij of zij nodig heeft.
Het EDI-lesmodel
Onze aanpak sluit aan op het EDI-model, de Expliciete Directe Instructie. Dit is een van de meest effectieve instructiemodellen als het gaat om leerresultaten. Het model bouwt een les op in heldere fasen, waarbij de docent stap voor stap toewerkt naar zelfstandig kunnen van de leerling, met voortdurende controle of de stof daadwerkelijk begrepen wordt.
Een belangrijk uitgangspunt van EDI is dat de docent de expert blijft. Differentiatie betekent in deze visie nadrukkelijk niet dat de docent een stap terug doet en leerlingen aan hun lot overlaat. Integendeel: juist door sterke, expliciete instructie en gerichte begeleiding krijgt elke leerling de ondersteuning die past. EduZicht sluit aan op de fasen van een EDI-les, zodat differentiatie en effectieve instructie hand in hand gaan in plaats van met elkaar te concurreren.
Hoe EduZicht hierop aansluit
EduZicht vertaalt deze inzichten naar een werkbare praktijk in de klas. De tool deelt leerlingen automatisch in drie subgroepen in: ongeveer 10% ondersteuning, ongeveer 80% basis en ongeveer 10% verrijking. Deze indeling is niet gebaseerd op een onderbuikgevoel, maar op concrete gegevens: cijfers, verzuim, werkhouding en methodeonafhankelijke toetsen worden samengebracht tot een onderbouwd beeld.
Alle informatie komt vervolgens samen op één scherm. Daarmee krijgt de docent in één oogopslag overzicht over de hele groep en over de verschillende subgroepen. Dat maakt de stap naar convergent differentiëren binnen een EDI-les concreet en haalbaar, zonder dat het overzicht verloren gaat of de werkdruk onnodig oploopt.
Op deze manier geeft EduZicht invulling aan wat de inspectie vraagt: serieus werk maken van differentiatie en afstemmen op de voortgang van leerlingen. De keuze voor het hoe blijft daarbij bij de school, ondersteund door een aanpak die rust op een stevige onderwijskundige onderbouwing.
Bronnen
- Inspectie van het Onderwijs, De Staat van het Onderwijs 2025 en 2026
- Inspectie van het Onderwijs (2013; 2025; 2026)
- Effectief omgaan met verschillen in de les, Gewoon goed lesgeven (EDI-lesmodel)